Het goede van de mens

Ze verschool zich tussen de zee van kleuren. Net iets afgeweken van het pad, want ze was niet het type die liep in de voetstappen van anderen. Ze was juist iemand die anders dacht en andere wegen nam dan de x91gewone mensenx92, zoals zij dat altijd zei. Ze was iemand van Ying en Yang, iemand van het Boeddhisme. Ze was iemand van evenwichtigheid, van tederheid. Ze was iemand die de dingen altijd anders zag. Zagen mensen rood, dan zag zij groen. Ze was iemand met wie ik schreef over de meest kleine details in het leven. Over kleine bloemen, over kleur van de zee, over de wolken in de lucht.
Ze zat daar maar, uren, kijken naar de mensen die voorbij wandelden. Stromen van mensen die zich in het dagelijks leven vermengden. Mensen die het leven zagen als een leven om te werken, om geld te verdienen. Terwijl ze achter elk van deze personen een verhaal verzon, viel er langzaam een schaduw over haar heen.
Haar goedheid verloor het van het kwaad. Je kan het oneerlijk noemen. Ik heb dagen, weken nagedacht over hoe oneerlijk het was. Het was het lot, of het was gewoon zo. En toch kan ik dat niet accepteren.
Haar verhaal had hier niet zo mogen eindigen, ze had nog zoveel goed kunnen geven in deze kleine wereld van kwaad.

16 February 2010
By on 12:29
Onverwachts

Wanneer komt het besef dat iemand er niet meer is? Je lacht overal vrolijk om, maar diep van binnen zit het niet goed. Het is verzonnen, het is verscholen. Zodra het moment daar is voel je de echte pijn, het echte gemis. En dat spijt me. Het spijt me dat ik het heb weggelachen, het spijt me dat ik er niet aan dacht. En zo af en toe komt het weer in mijn gedachten terug, in mijn nachtmerries.

Zo onverwachts als de schoonheid van een dans. Van een stap, een akkoord. Zo onverwachts beland je opeens in de grootste nachtmerrie van je leven. En toch wint de vrolijkheid het van het verdriet. En dat is maar beter ook, want wat zal er anders overblijven dan onrechtvaardigheid? Het is oneerlijk, maar de wereld biedt ons niets anders dan dat. Het eeuwige plaatje van blauwe lucht en het groene gras, is dat niet waar iedereen naar toe leeft in die korte tijd waarin je leeft? De zorgen van morgen, zijn mijn zorgen van vandaag. Waarom iets voor je uit schuiven wat onmogelijk is?


By on 12:19
Chaos

Een zee van gure wind over bloemen razend als de donkere nacht zonder sterrenhemel zonder glittering in de lucht. Ik wil het voelen aanraken omarmen alsof er nooit een wereld heeft bestaan in dit kleine deel van mijn droom waar het licht weerkaatst. Alsof regen me niet kan raken en zwoele winden verdwijnen als de oude gracht zijn water doet bevriezen alsof het nooit iets waard is geweest in dit leven. Maar laat me. Laat me vrij zijn zoals de vogels die zich laten meevoeren met de wind. Laat me kijken naar onbestaande dingen naar paden vol met veren en laat me vallen op het zachte dons. Ik wil vliegen naar de wolken de opkomende zon voelen branden als een warme hand op me schouder die me tegen alles beschermt. Kom breng me door een wirwar van woorden want het is chaos in mijn hoofd flarden letters zinnen regels teksten vliegen razendsnel door mijn gedachten. Laat me.


By on 12:18
Porselein

Schreeuw niet tegen me, niet nu alles nog van porselein is. Want wat nou als ik je vertelde dat ik kriebels had? Zou je dan nog meer afstand nemen? Ik weet niet wat je denkt en dat maakt me woedend. Laat je hart spreken, zoals ik altijd heb gedaan. Maar telkens wanneer ik probeer te praten voel ik me benauwd. De woorden rollen in mijn hoofd als losse flarden van verhalen en blijven steken op mijn lippen. Onuitgesproken gevoelens maken me onzeker en geven me twijfels. Ik voel me trillerig en zo klein als een kind aan de hand van haar moeder, bang voor vreemden. Laat me dan gaan, ik kan ook wel zelfstandig leven. En toch ren je door de regen met een kapotte paraplu. En toch, toch, klop je weer aan bij mijn hart om een warm plekje te zoeken. Laat je tranen sneeuwen en laat je lach verstijven van de kou. Vorm je woorden met dauw, maar schreeuw niet tegen me, niet nu alles nog van porselein is.


By on 12:17
Beyond its hallowed limits

Het is dat ik deze dagen mezelf betrap op het glimlachen naar vreemden. Het is dat ik de toetsen van de piano de afgelopen tijd niet meer heb aangeraakt. De bomen worden groener en de bloemen kleurrijker. Vooral ‘s avonds merk ik dat de sterren me aankijken en ik meer dromen en meer wensen heb dan voorheen. Soms bekruipt me het angstige gevoel dat ik te snel, te gemakkelijk handel, te snel besluiten maak. Maar wanneer de tijden voorbij wandelen en de sterren vallen, voel me gelukkig en opgelucht. Een warm gevoel bekruipt me vanaf me tenen en stijgt naar me hoofd. Het geeft me kippenvel. In mijn dromen bevind ik me vaak in vreemde dorpjes waar ik niemand ken en vreemde talen mij de weg doen kwijt raken. Met elke aanraking voelt het realistischer. Horen dromen niet zo te zijn? Realistisch en verwachtingsvol? Of zijn dromen er alleen om gedroomd te worden, niet om uit te komen? Men zegt vaak dat je het uitkomen van je dromen zelf in de hand hebt, maar wanneer er geen tijd is en geen vrijheid is om je dromen achteraan te gaan, hebben zij ongelijk. Je kunt het vast met duizenden zinnen beargumenteren en me wegblazen, maar toch, horen dromen niet alleen dromen te zijn?


By on 12:17
Les amoureux sont fatiguxe9s

“Er is nooit een mooi afscheid.” En met die woorden was alles gezegd. Ze sloot haar mond en de woorden bleven in de lucht hangen. Langzaam verdwenen de woorden in de stilte van de kamer. Ze stond op en pakte haar zijden omslagdoek, waarbij het uiteinde langs zijn arm zwierde. Hij keek haar ongelovig aan en zijn ogen vulden zich met tranen. Ze rende weg, weg van hem, weg van dit huis, deze geur. Naar boven, de trap op. Ze smeet de deur open en ademde hevig de frisse lucht in die haar tegemoet stroomde.
Een groep mensen kwamen al lachend en pratend voorbij lopen, maar ze merkte niets. Ze zag niets. Ze keek achterom en zag zijn oude en vervallen huis. Bijna onopvallend tussen de winkels en de cafxe9s. Hij stond wat scheef en was volgespoten met graffiti, die elk hun eigen verhaal vertelden. Deze buurt was grauwig. Hoge huizen met besmeurde ramen en gevangenis-achtige tralies maakte het kil.
Het begon donker te worden en uit alle straatjes kwamen langzaam steeds meer mensen, op zoek naar wat te eten en te drinken om door te gaan tot de ochtendglorie de stad weer zou belichten. Een nieuwe wereld. Langzaam liep ze door de straatjes, langs de mensen, langs de winkels. Zonder een doel, zonder een einde. Langzaamaan keerde haar gevoelens zich om. Waar ze zich net nog ellendig en benauwd voelde, kwam er steeds meer gelukzaligheid naar boven. Was het oneerlijk? Ze keek naar boven en de zon was al bijna onder. Ze nam afscheid van deze plaats, van deze mensen, van deze stad. Ze herhaalde de woorden in haar hoofd.
Er is nooit een mooi afscheid. En met de laatste lichtstralen van de ondergaande zon, verliet ze zijn hart.


By on 12:15
Bird of paradise

De druppels vallen op mijn van plastic gemaakte goedkope jas, waardoor het grijs even zwart wordt en ik plots een donker puntje ben in de mensenmassa van rood. Mijn wimpers worden zwaarder tot de druppels langzaam op mijn lippen vallen, zodat ik ze kan aflikken, maar het enkel naar zure regen smaakt. Wat een teleurstelling, deze regen, deze zee van mensen, deze massa van niets. De bladeren zijn bruin-groen gekleurd. Het is geen herfst. De lucht liegt. De kleuren liegen. De seizoenen liegen. Plots een kleine trilling. Alsof iemand snel alle snaren van de Spaanse gitaar heeft aangeraakt en je het muziekkastje even voelt trillen in je armen. Muziek zwelt op en de pianoklanken worden ontvoerd door de regen en de wind. Slechts enkele tonen bevrijden zichzelf en klinken in mijn oren. Raar en incompleet, de rest ontbreekt. Zachtjes zweef ik weg van iedereen naar een andere wereld. Kom mee dansen op wolken en bloemen op oude jazz. Draai rondjes met me, alsof de wereld niet bestaat. Geen zuchtje wind aan de lucht, totdat je me haren uit me gezicht blaast en het puntje van me neus een klein tikje geeft. Ik voel jou en ik voel het ritme van de muziek alsof het naast me staat. De laatste klanken van het lied worden harder en nemen ons mee terug naar de bestaande wereld.

8 May 2009
By on 09:10
Vertel me

Zeg, waar zijn
Alle woorden die
Alle zinnen van
Zo lastige te begrijpen

En vertel me
De verhalen die
De boeken van
En sprookjes de hele dag

En waarom
Hebben zij
Behoren wij
Tot het nu en verder

De gedachtes vreemd
De woorden verloren
Vertel me hoe
Hoe is het einde


By on 09:09
Puzzel

Ja. Nee. Elke keer weer een andere kant. Geen midden, alleen aan het uiterste einde van het antwoord. Wat zal er gebeuren aan het eind van mijn twijfels, zal ik wel kunnen kiezen voor datgene wat het best blijkt te zijn?

In een vogelvlucht is het begonnen. Daar waar ik steeds praatte over het begin van het einde, is dit een begin van een begin. Een begin met nieuwe herinneringen. Een nieuwe vriendschap. Nieuwe gevoelens. Een nieuw begin, met af en toe nog een verlangen naar het einde van het begin. Is dat zo vreemd? Is het zo raar dat ik soms alles wil laten zoals het is? De dagen vliegen voort en soms bekruipt me het angstige gevoel dat het leven me voorbij gaat. Dat het sneller gaat dan ik ren, dan ik vlieg. Iedereen heeft een vleugel om op te vliegen. De vleugels die ik had zijn verleden tijd. Het is nog te vroeg om te klimmen op andere vleugels, misschien wel zachter, liever, mooier. Misschien wel anders. Misschien juist daarom beangstigend.

Steeds leg ik een klein stukje van mijn hart in jou handen. Steeds een stukje meer van mezelf. Steeds een stukje zekerder en steeds een stukje onzekerder, bang dat je het weer zal laten vallen. Elk puzzelstukje die ik je geef zal je bij elkaar moeten vinden. Jij bent degene die de stukjes aan elkaar lijmt en me hart weer heelt. Dit is het meeste wat ik je nu geven kan. Een woord, een zin, misschien een verhaal. Wees geduldig, er komt een moment dat er geen stukjes meer zijn, maar alles in jou hand ligt. Wees geduldig, vroeg of laat ben ik weer xe9xe9n.

15 March 2009
By on 16:48
Felgele met roze gestipte kaplaarzen

Het regent buiten. Net alsof iemand een hele grote sproeier op de wereld heeft gezet en ons expres nat probeert te krijgen. Toch ga ik naar buiten. Ik proef de regen op mijn lippen. Voel het op mijn met kou doordrongen gezicht. Het ruikt naar herfst of het ruikt juist naar de lente die komen gaat. Dan steek ik mijn paraplu op. Waar ik net nog gezichten zag, zijn het nu benen en voeten geworden. Alleen het kleine meisje – die met haar felgele met roze gestipte kaplaarsjes door de plassen stampt – zie ik nog. Ze kijkt blij en vrolijk, geen zorgen, enkel gefocust op de regen die valt. Waar zijn mijn felgele kaplaarzen heen? Waar zijn mijn zorgen voor de regen en of ik wel in alle plassen heb gestampt? Waar is mijn warme chocolademelk na een ijskoude middag vol enthousiasme?

Soms wens ik wel eens dat ik geloofde in het leven hierna, in een nieuw leven, geboren als iets of iemand anders. Hoewel ze zeggen dat je na een leven als mens nooit meer als mens geboren zal worden, tenzij je je hele leven nooit iets slechts jegens iets of iemand hebt gedaan. Ik zou willen wensen dat dit niet zo was, maar helaas, ik zal nooit een volgend leven als mens terug keren. Nu ik dit heb besloten, besef ik dat ik ga genieten van het nu. Van deze regen, van deze plassen, van deze kou. Langzaam loop ik naar huis en thuis aangekomen doe ik mijn felgele met roze gestipte laarzen aan en maak een kop dampende chocolademelk.

19 February 2009
By on 23:01